Wie de zachtaardige mannen van de organisatie niet zou kennen, zou denken dat
het BDO Chess Tournament geregeerd werd door een meedogenloos heerschap waartegen
Luis Rentero, de remisehatende Linaresbaas van weleer, als een mak schaap zou
afsteken. Eigenlijk stond in de laatste ronde van het Haarlemse toernooi alleen
nog de promotie naar de hoofdgroep op het spel: IM- of GM-normen waren al buiten
bereik en de Premier Group was al een ronde voor het eind beslist. Maar desondanks
werd er door vrijwel alle spelers - alleen de heren Klein en Heemskerk deden
het rustig aan - gevochten alsof hun leven ervan afhing. Zelden kende een gesloten schaaktoernooi
zo'n strijdlustige slotronde, en dat rechtvaardigt de conclusie dat de deelnemers
het naar hun zin hadden in het derde BDO-toernooi.
Eén speler is zeker van een uitnodiging voor de vierde editie, en dat
is Jeffrey van Vliet, die de strijd om het felbegeerde ticket naar het Premier
Tournament van 2008 won. Jeffrey wilde het lot zondag al snel in handen leggen
van Tex de Wit en Ardjan Langedijk, die het tegen elkaar moesten opnemen. Al
na vijf zetten bood Jeffrey remise aan tegen de speler die in een eerder verslag
nog bestempeld werd als de Rob Hartoch van dit toernooi. Jelmer
Sminia, over hem hebben we het hier, liet zich echter van zijn beste kant zien in een poging zijn mislukte toernooi
nog enige glans te geven. Veel voordeel kreeg hij echter niet, en nadat wit
zijn d-pion had geruild tegen zwarts a-pion was het eerder zwart die beter stond.
Het kostte Jeffrey vervolgens weinig moeite zijn halfje binnen te slepen.
Dat bracht zijn totaal op 6 punten, een score die alleen overtroffen kon worden
door Ardjan Langedijk. In een Engelse partij was Ardjan echter al snel een pion
kwijtgeraakt, en compensatie was ver te zoeken. Van Vliet had ongetwijfeld zijn
Sonneborn-Berger-rekensommetjes gemaakt en wist dat bij gelijk eindigen Ardjan
sowieso kansloos was en Tex de Wit slechts een theoretische kans had. Dat scenario,
waarin de uitslagen van alle drie de andere partijen in Tex' voordeel moesten
werken, was echter al doorkruist door de snelle remise bij Klein-Heemskerk.
Mogelijk brak bij Jeffrey nog even het zweet uit toen Tex een stuk offerde,
maar na 26.fxg6 (zie diagram) begon de ellende eigenlijk pas goed voor zwart.
Na 26...Txd5 27.gxf7+ Kg7 28.e6 werden de vele dreigingen te
veel voor de in tijdnood verkerende Ardjan.
Daarmee werd Jeffrey van Vliet dus winnaar van de Challenger-groep, en hoewel
menigeen zich afvroeg waarom over promotie beslist werd op grond van zoiets
banaals als SB-punten (waarom geen barrage, o organisatie?), kon iedereen wel
vrede hebben met deze uitslag. Na zijn nederlaag in de eerste ronde was Jeffrey
de meest constante speler, en de score van Tex de Wit had ook makkelijk anderhalf
punt lager uit kunnen vallen. Tex kon op zijn beurt niet anders dan zeer tevreden
zijn, en was dat dan ook.
In de hoofdgroep was de strijd zoals gezegd al beslecht toen Aleksandar Berelovich
in de voorlaatste ronde had afgerekend met zijn laatste belager. 'He doesn't
need a draw now', verzuchtte daarop Yochanan Afek, die al aan zag komen dat de
Oekraïener nu vast niet voor een salonremise te porren zou zijn. En inderdaad,
in een ongebruikelijke Siciliaan werd Afeks koning al snel naar onveilige oorden
gestuurd. Net toen het ergste achter de rug leek, speelde Afek naar eigen zeggen
te roekeloos en belandde hij in een toreneindspel met een pion minder. Dat schoof
de toernooiwinnaar ogenschijnlijk moeiteloos naar winst. Met 7½ uit 9
en twee punten meer dan de nummer 2 kan er geen twijfel over bestaan wie
afgelopen week de sterkste was in Haarlem.
Karel van der Weide durfde tegen Robert Ris wel in te gaan op de Mieses-variant
met 8...Pb6, die hij tegen Roeland Pruijssers nog had afgewezen ten faveure
van het Weens. Met 9.b3 ging Karel niet in op de meest modieuze varianten, maar
Robert was ook hierop voorbereid. Met 15...Da2 bracht hij een nieuwtje in een
stelling waar 15...Da5 al herhaaldelijk was gespeeld. Nadat Robert eerst pionwinst
op b3 had versmaad, won hij even later pion e5. Karel moest compensatie zoeken
in actief stukkenspel, maar slaagde daar slechts ten dele in. Zijn kwaliteitsoffer
zadelde zwart weliswaar op met een tripel-pion, maar als Robert pion f5 iets
minder makkelijk had opgegeven (bijv. 31...g6 in plaats van 31...Pd7), had Karel
nog een hele kluif gehad om het halve punt binnen te halen. Nadat wit een extra
pionnetje had meegegraaid op h7 woog het witte loperpaar net op tegen de zwarte
loper en toren.
Daan Brandenburg en Piet Peelen brachten dezelfde Mieses-variant op het bord.
Daan koos met 9.Pc3 wel de kritieke variant, en week even later met 12.c5 af
van een partij die hij vorige maand op het Open NK in Dieren van Erik van den
Doel had gewonnen na 12.Ld3. Ook nu kon Daan een vol punt bijschrijven. Nadat
Piet (na 12.c5 Pd5 13.Lc4, zie diagram) 13...Pxc3 had nagelaten, kon hij pionverlies net
verhinderen, maar bleef hij opgescheept met een chronisch zwakke d-pion. Piet
liet hem instaan, op zoek naar actief tegenspel, maar Daan wachtte net zolang
met slaan tot daarvan geen sprake meer was, en wikkelde daarna af naar een gewonnen
eindspel. Daan eindigde daarmee op de valreep op de tweede plaats, naast Karel
van der Weide en Attila Czebe, die een rustige remise speelde tegen Christian
Richter, die op zijn beurt nog een plaatsje in het klassement opschoof.
Van een theoretisch duel was in de Challenger-groep totaal geen sprake bij
Otto Rubingh-Pauline van Nies. Otto maakte het wel heel bont door te openen
met 1.b3, 2.Lb2, 3.g3 en 4.Lg2. Pauline besloot over te gaan op een koningsaanval,
leek daarbij optisch nog wel aardige kansen te hebben, maar schijn bedriegt
wel vaker in het schaakspel. Nadat de aanval gestrand was, was er nog weinig
aan de hand, maar toen Pauline het opnieuw actief wilde spelen met 26...b5 ging
het snel bergafwaarts. Otto greep de c-lijn, won kort daarop een pion en schoof
het resterende eindspelletje vakkundig naar winst. Na een stroeve start eindigde
hij daarmee op een verdienstelijke vierde plaats, terwijl Pauline onder haar
kunnen presteerde met 3½ uit 9.
Dat er in het derde BDO-toernooi volop gestreden is, werd treffend geïllustreerd
doordat 5 uur en 55 minuten na aanvang van de slotronde nog vier middenmoters
in ingewikkelde eindspelen verwikkeld waren. Mark van Schaardenburg en Floris
van Assendelft speelden een wisselvallig toernooi en zullen beiden niet geheel
tevreden zijn met hun eindscore. In een ultieme poging de score nog wat op te vijzelen, kloven de heren een eindspel tot het bot af, waarna de toeschouwers zich tijdens de analyse
hardop afvroegen wie er nu eigenlijk op winst had gespeeld. Waarschijnlijk hadden
ze dat allebei, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het er 70 van de
77 zetten nogal remiseachtig uitzag.
Xander Wemmers zal met gemengde gevoelens op dit toernooi terugkijken. Lange
tijd was hij in de race voor een IM-norm, zelfs nadat hij het onderspit had
gedolven tegen de grootmeesters Czebe en Berelovich. Na het drama tegen Richter
in ronde 8 had eenieder Xander een hartogiaans halfje gegund, maar in plaats
daarvan laadde hij zich nog eens op voor een langdurig gevecht met Roeland Pruijssers.
Met 34...d4+ ondernam Xander zelfs een dappere winstpoging, aangezien wit waarschijnlijk
niets kan ondernemen als zwart dat ook niet doet. De poging was echter gerechtvaardigd
omdat Roeland zijn toren op h4 in de problemen had gebracht, en pion f4 moest
opgeven om deze weer in het spel te krijgen. De winstpoging was echter niet
zonder risico's, en nadat de witte torens tot volle activiteit waren gekomen,
was het wit die in het voordeel kwam. En toen weer zwart, en toen weer wit,
en toen weer zwart. Kortom, met nog enkele minuten op de klok brachten de heren
een fascinerend eindspel op het bord. Met 80...h3 had Xander het Roeland nog
iets lastiger kunnen maken, maar aan de andere kant was het voor de veiligheid
van de omstanders ook maar goed dat Xander zich niet verslikte in bijvoorbeeld
het gemene 84.f5 (zie diagram). Uiteindelijk waren er vele wegen die naar Remi leidden, en
dat werd om 16.59 uur dan ook de terechte uitslag.
Toernooiwinnaar Berelovich miste er bijna zijn trein naar huis door, maar dat
mocht de pret niet drukken voor het publiek, dat dus graag nog een barrage tussen
Van Vliet en De Wit had gezien. En zo hebben we aan het eind dan toch nog een
kritische noot op een voor de rest bijzonder geslaagd en vlekkeloos verlopen
toernooi.
Bart Gijswijt
|